De Telegraaf – ‘Het Interview’

Dagblad de Telegraaf

22 januari 2011
Hoofdartikel 'Het Interview"

Download artikel →

’Geld verdienen mag van God’

IN 1973 zorgde Jan van den Bosch voor een verjonging van de omroep toen hij de EO-Jongerendag oprichtte. Gesputter bij het bestuur, maar het werd een megasucces. Bijna veertig jaar later riep Van den Bosch zelf dat Gordon de EO-leden zou doen steigeren. De EO-coryfee bekent nu ruiterlijk zijn ongelijk. Van den Bosch presenteert op tv Hour of Power en runt reisorganisatie Beter-uit en drie vakantieparken, alles op christelijke grondslag. En moet beamen: „Ja, ik verdien aan God. Ik hoop dat ik het waard ben.”

ALPHEN AAN DEN RIJN, zaterdag

Het Interview Zonder nadenken schudt Jan van den Bosch hartelijk de uitgestoken hand en vertrekt dan van pijn zijn gezicht: „Ai, blessure vergeten. Komt doordat ik mijn handschoen heb uitgedaan, omdat ik anders net Michael Jackson lijk.”

De handschoen is therapeutisch; een tijd terug struikelde hij over zijn kat Belle en viel hij in glas. „Slagader en zenuw door van de rechterpols. Een bloedbad.” Een vloek is daar, honderd procent zeker weten, niet bij gevallen. EO-coryfee Van den Bosch (60) is immers een door en door christelijk man, met bijbehorende blijmoedigheid: „In het begin was ik onthand, maar ik kan nu met links schrijven en mijn overhemdknoopjes vastmaken. Ik leef en leer snel.” Zacht gloeit de haard, werpt een oranje licht op het smaakvolle interieur. Gastheer Van den Bosch somt, aftellend op zijn vingertoppen, de negentien koffiesoorten op die hij in de aanbieding heeft: „Latte macchiato, cappuccino, espresso…” En hij overbrugt elke distantie door van meet af aan te jijen en jouwen.

Je reist de wereld rond, runt reisorganisatie Beter-uit en hebt drie Europese vakantieparken en een mediabedrijf, en je presenteert Hour of Power, elke zondagochtend op RTL 5. Negen levens tegelijk, waar ligt je hart?

„De veelzijdigheid bevalt me. De charme van het leven is de onvoorspelbaarheid, dat elke dag een verrassing is. Mijn hart ligt bij mensen. Je bent niet wat je hebt, je bent niet wat je doet, je bent niet wat anderen over je zeggen. Wie je bent is dat je een geliefd kind van God mag zijn.”

Geloof is de rode draad van al jouw parallelle loopbanen. Reli-journalistiek, relireizen, christelijke vakantieparken in Frankrijk, Duitsland en Luxemburg. Geld, véél geld, verdienen aan God, valt dat te verantwoorden?

„Met al zijn kuddes was aartsvader Abraham destijds de rijkste mens ter wereld. Jezus’ eerste daad was niet de tollenaar de tempel uitgooien, maar water in wijn veranderen. God heeft niets tegen ambitie of geld verdienen, de helft gaat bovendien naar de belasting en komt anderen ten goede. En wij hebben het hier goed maar aan het einde van de luxe ligt een oceaan van ellende. Ik leg me toe op charitatieve dingen, in Azië en in Afrika. Een opvangcentrum voor kinderprostitués, ik zie ze veranderen. Ik strijd tegen kinderarbeid. Beter-uit bestaat dertig jaar, en ik geef mensen die nooit op vakantie kunnen een gratis verblijf in één van mijn parken. Ik zou ook contemplatief in een klooster kunnen gaan leven, vol zelfreflectie. Maar God heeft me geschapen met ambitie. Desgevraagd, ja, dan verdien ik aan God. Ik hoop dat ik het waard ben. Ik heb bewust geen hypotheek, en dus geen renteaftrek. Dat geld kan beter aan anderen ten goede komen. Alles is van eigen geld gekocht, ook de vakantieparken. Ik koop niets op de pof.”

Hè?!? Is dat nou niet juist bij uitstek een islamitisch principe?

Jan van den Bosch glundert die brede lach van ’m: „Inderdaad. De islam is gebaseerd op barmhartigheid en het christendom op liefde en ik kies voor het laatste. Goed, geld is niet mijn ultieme doel. Een miljoen meer, wat heb je er aan? Ik droom ervan de hoogste berg te beklimmen en in de diepste zee af te dalen. In geld zit geen bevrediging. Ik heb geen Bentley voor de deur staan, ik spit zelf de tuin om. De buurman is belangrijk. Zo lang als ik al met mijn hand zit, haalt hij de post uit mijn bus en ritst hij de enveloppen voor me open. Elke dag!”

Hoe komt het eigenlijk dat een doorgewinterd wereldreiziger zijn geboorteplaatsje Alphen aan den Rijn als uitvalsbasis heeft? Met uitzicht op zijn jeugd?

„Ik ben hier diep geworteld, dit is zelfs mijn ouderlijk huis. Ik heb het wel laten verbouwen, heel Amerikaans, met dertien pilaren. Mijn buren noemen ’t Het Witte Huis. Zes maanden per jaar ben ik op reis en is de wereld mijn thuis. Hier vind ik rust. Als oudste van negen kinderen ben ik hier opgegroeid. Twee van mijn broers kenden alle schepen die hier de smalle Rijn afvoeren, bij naam. De kerk naast ons is één van de oudste hervormde kerken van Nederland. Op dat raam daar”, wijst hij op het hoge glas in lood, „daar schoten mijn broer en ik met de luchtbuks op. De gaatjes bleven een mysterie, want de kogeltjes raapten wij snel op. Mijn ouders, mijn moeder is 82 jaar en mijn vader 85, wonen hier om de hoek, ik zie ze elke dag als ik in het land ben. Al ga ik maar vijf minuten langs. Laatst was het druk bij Beter-uit, moesten er dingen ingepakt worden. Schakel mijn ouders maar in, suggereerde ik. Zegt een medewerkster later dat ze zo fijn heeft gepraat met mijn moeder. Een hartgesprek, daar is ze goed in. Ik heb er een stukje van meegekregen. Oh, en aan de andere kant grenst mijn huis aan de begraafplaats. Voor mij hoeven ze later niet eens een wagen te bestellen, het is te lopen.”

Een vrome jeugd van zondag in de beste kleren naar de kerk moeten?

„Geen moeten maar willen. Ik weet dat God de oorsprong is van alles, ik weet waarom ik hier ben en dat het niet ophoudt in de kist. Ik hoef niet gejaagd te leven omdat er hierna een eeuwig leven is. Vat jij de oerknal wel dan? Zo ingenieus als de wereld in elkaar steekt, met universum na universum, dat kan toch niet voortkomen uit één deeltje?”

Christenen zijn zo irritant blijmoedig, of juist fanaat betweterig. Moet je je vaak verdedigen?

„Die blijmoedigheid is echt, al ben ik niet zo van de extase. En niet gelijk van hel en verdoemenis prediken, maar meer van een positieve benadering. Maar gelovigen zijn wel allemaal roeptoeters van de Heer. Ik hoop oprecht dat ik niet drammerig overkom, ik zet mijn voet niet tussen de deur. Het is een heidens karwei om mensen christen te maken. In Amsterdam kwam laatst een alternatief figuur, met knalrood haar weet je wel, op me af. Zij zei dat ze verslaafd was geweest, in de hekserij had gezeten en aan zelfmoord had gedacht. Maar door Hour of Power was er iets met haar gebeurd. Dat doet me meer dan toen ik mijn Ridderorde kreeg. Leuk hoor, al was ik diezelfde dag de speld al kwijt…”?

Je was in 1973, als 23-jarige jongeman, de startmotor van de uiterst succesvolle EO-Jongerendag. Was die popularisering van de kerk nodig?

„Jongeren waren kritischer geworden en wilden hun eigen muziek. Aanvankelijk had de EO er geen oren naar, want ze hadden toch al een Familiedag. Maar het werd een groot succes, 30.000 jongeren bij elkaar. Ik heb het bijna twintig jaar gepresenteerd en ik ben nog altijd erelid.”

De geschiedenis herhaalt zich, alleen wisselen de rollen. Toen was jij jong, afgelopen jaar zei jij op jouw beurt dat de achtdelige serie waarin Gordon naar God ging zoeken, de leden zou doen steigeren…

„Ik was bang dat hij onecht zou zijn en dat hij zou vloeken. Daarvoor is de EO me te dierbaar. Als ik het over ’wij’ heb, gaat het nog altijd over de EO, dat is dertig jaar van mijn leven. Een van de grootste omroepen, maar ik vind niet dat ze de populairste moeten willen zijn. Goed, ik wil niet de zedenmeester uithangen. Ik heb me vergist, Gordon pakte wel goed uit, opzeggingen waren er niet. Arie Boomsma, met zijn zwembroekfoto’s in L’Homo, is een ander geval. Goeie vent, jammer dat hij weg is.”

Van jouw bewondering voor dominee Robert H. Schuller, de grondlegger van Hour of Power, maak je geen geheim. Maar zijn Crystal Cathedral, de megakerk in Californië, staat op het randje van failliet onder surseance van betaling.

„Mooi hè, die gigantische kathedraal van glas. Ik had het anders gedaan, Schuller heeft alles geleend, en toen kwam de crisis… Typisch Amerikaans. Maar dat gaat allemaal goed komen hoor. Schuller is een Hollandse boerenjongen die Amerikanen wist te bereiken, eerst op een podium met een orgeltje. Later op tv met Hour of Power. Hij is 84 en nog steeds helder. Voor zijn kleinzoon, dominee Robby, heb ik nog meer bewondering. Een twintiger die de gelofte van armoede aflegt. Die jongen komt voorrijden in een barrel van een autootje.”

In zijn eigen Alphense serre filmt Van den Bosch voor Hour of Power zijn interviews met mensen als Henny Huisman, Lee Towers, Rob de Nijs, Marijke Helwegen, bisschop Punt, Appie Baantjer en Andries Knevel. „Mensen vinden die huiselijke setting fijn.” Hij zet een waaier van driehoekjes kaas, gegarneerd met een toefje basilicum, op de salontafel. „Amerikaanse kaas. Wijntje erbij?” Belle, een Siberische bergkat, pingelt als Pelé fanatiek met een dopje, haar grijze manen wapperen achter haar aan.

Jan van den Bosch wijst op de in Thailand nageschilderde Rembrandt aan zijn muur: „De Terugkeer van de Verloren Zoon. Dat doek heeft mijn leven veranderd. Lang dacht ik dat ik de oudste zoon was, die nijdig moest toezien hoe die lapzwans van een jongste in de watten werd gelegd. De zoon die alles had verbrast, voor wie het gemeste kalf werd geslacht en hij kreeg nog ringen om zijn vingers ook. Ik heb ervan geleerd dat je niet altijd het beste jongetje van de klas hoeft te zijn, dat je allebei in je hebt. Maar het belangrijkste is dat je als die vader wordt, kunt vergeven en liefde geven.”

Over de liefde gesproken… Heeft u altijd alleen geleefd, heeft u geen behoefte aan een mens om uw leven te delen?

„Ik heb wel een langere relatie gehad, maar daar ga ik niet over uitweiden. Nee, ik heb er geen behoefte aan. Ik ben, denk ik, een Mark Rutte. Een happy single. Doordat ik alleen en ongebonden ben kan ik veel reizen. Ik heb een gevuld leven, met veel vrienden. En wie weet, loop ik later op mijn oude dag nog tegen een Thaise schone aan.” Een blik op zijn polshorloge, half zeven: „Zeg, moeten jullie niet eten, zal ik wat koken?”

Tekst: Marie-Therese, Roosendaal