Evangelisch Werk Verband

EW Actueel - Jaargang 7 nr. 1 2008

In het kader van het Lucas 15 jaar schreef Jan van den Bosch een persoonlijke herinnering aan priester en schrijver Henri Nouwen, die met boek ‘Eindelijk thuis’ aan de hand van een schilderij van Rembrandt een nieuwe visie gaf op de terugkeer van de verloren zoon.

Download artikel →

 

Vrijdagavond 21 september 1996. Na een week van veelvuldig ziekenhuisbezoek aan Henri Nouwen rij ik richting mijn weekendhuis in Zeeland. Dit, op dringend aanraden van Henri. De rusteloze zoeker (én één van de meest gelezen christelijke auteurs op het gebied van spiritualiteit) vond dat een even rusteloze zoeker als hijzelf, aan rust toe was. En zo voelde het ook. Na Henri’s hartaanval op 17 december, de ziekenhuisopname, de spannende daarop volgende dagen, leek het op vrijdagmorgen dat Henri voorspoedig herstelde. Die vrijdagavond, tussen Utrecht en Rotterdam, voelde ik dat ik terug moest naar het ziekenhuis, naar Henri. Terug naar de gewonde profeet die zo opvallend goed herstelde van zijn hartinfarct.

Henri sliep. Tot ik hem voorzichtig wakker maakte, had ik een paar minuten om te kijken naar dat smalle doorgroefde gezicht van de man die zo veel voor mij betekende. Hij: de toegewijde priester en schrijver, ik: de overtuigde calvinist, samen verbonden door ons geloof en onze geloofsbeleving. Naast het kussen lag z’n notitieblok. Henri noteerde tot in detail wat hij meemaakte en voelde. Zo schreef hij zijn pijn en vreugde van zich af. Henri, de hunkeraar naar vriendschap, die opleefde bij aandacht. “Jij hier?”, vroeg hij, op wat de laatste avond van zijn aardse leven zou worden. En weer spraken we over onze gezamenlijke droom: de verfilming van Henri’s bekendste boek ‘Eindelijk thuis’. We zouden deze avond niet in het ziekenhuis, maar in St. Petersburg zijn. Dààr hangt het indrukwekkende schilderij van Rembrandt in de Hermitage. Het schilderij dat Henri inspireerde tot het schrijven van een wereldwijde bestseller, waarin hij laat zien dat we geliefde kinderen van God, parels in Gods ogen zijn.

Henri werd enkele uren na aankomst in Nederland getroffen door een hartinfarct. Na een lange vlucht van zijn thuisbasis, de Ark-gemeenschap in Torento. Een goede vriend schoof aan bij het ziekenhuisbed: Nathan Ball. Henri las psalm 89. We mediteerden over vers 5: ‘God is getrouw’. Dat zou ook de tekst bovenaan zijn rouwkaart en op zijn graf worden. Henri begeleidde me naar de uitgang van het ziekenhuis. Zijn laatste woorden: “Jan, vergeet nooit: God is getrouw”. Die woorden zijn in mijn geheugen gekerfd. Nog altijd zie ik die broodmagere gestalte, mij uitzwaaiend bij de glazen deur van het Hilversumse ziekenhuis. Enkele uren later werd Henri getroffen door een tweede, fatale, hartaanval en werd hij thuisgehaald.

Henri zag het levenslicht in 1932. In 1957 werd hij tot priester gewijd om vervolgens psychologie te gaan studeren aan de universiteit van Nijmegen. Hier schreef hij de eerste van vele boeken, over het gebed. Na zijn studie te hebben afgerond, bekleedde Henri eervolle docentschappen aan prestigieuze Amerikaanse universiteiten als Harvard en Yale. In die tijd werd ik door een persoonlijk drama getroffen en bracht zijn boek ‘Een parel in Gods hand’ mij troost en het inzicht waar ik redelijk wanhopig naar op zoek was. Ik kende Henri’s broer, oud-ANWB-hoofddirecteur Paul Nouwen en hij legde contact met de schrijver die ik zo graag wilde ontmoeten: de auteur die psychologie en geloof op een, in die tijd ongekende wijze, met elkaar verbond. In een schrijfstijl die zo herkenbaar de zoektocht van de mens beschrijft. Verwoord door een man die zich geestelijk gehavend voelde, met een soms wankelend geloof. Maar die tegelijkertijd op elke bladzijde van zijn boeken een kernwaarde van ons bestaan meegaf: dat wij geliefde kinderen van God zijn, zonen en dochters van de Vader. Zo wist Henri alledaagse belevenissen een ongekende glans mee te geven. Zijn belevenissen met een groep Zuid-Afrikaanse trapeze-artiesten is daar een lichtend voorbeeld van. Henri beschrijft met passie en bewondering over de vlieger en de vanger, hoog boven in het circus. De kinderlijke blijdschap vaarmee Henri me aan zijn trapeze-vrienden in het kerstcirsus Ahoy presenteerde, waren aandoenlijk. In de Ahoy liet hij mij zien (en ik mocht het vastleggen in een internationale documentair ‘Angels above the net’) hoe het spel van vliegen en vangen een diepe, geestelijke dimensie heeft. Niet de vlieger, maar de vanger is het belangrijkst. Hij is totaal gefocust om de vlieger in zijn vrije val op te vangen. En zo zag Henri het: God is de Vanger en is er om de zoekende mens veilig thuis te brengen. Laat je vallen, durf je te laten vallen, in de handen van de levende God.

Zo durfde Henri zich ook te laten ‘vallen’, van de top van de Academische wereld, naar de Ark-gemeenschap in Toronto. Hier ging hij als pastor wonen en werken in een omgeving waar de geestelijk- en lichamelijk gehandicapte medemens, liefdevol wordt verzorgd door jongeren en ouderen die een deel van hun leven als vrijwilliger wijden aan de zorg van de meest kwetsbare mensen. Zo ook Henri. Daar in Canada, waar de briljante professor de zorg op zich nam voor Adam. Mijn eerste ontmoeting met de gehandicapte jongeman vond ik schokkend. Adam kon niets, niet praten, niet zelf eten. Hij uitte zich in grommende geluiden en zag er ‘afzichtelijk’ uit. Maar Henri zag Adam met de ogen van God, als een geliefd mens: “Wat een mooie jongen en wat is hij lief, vind je niet?” En hij meende het. Eén van de 40 boeken die Henri schreef, gaat over het leven en sterven van Adam.

In de Ark-gemeenschap vond Henri op de leegte van onze samenleving. Het platte, wereldse vermaak en onze ongebreidelde consumptiedrang irriteerden. Daartegenover roept Henri op tot zorg voor elkaar, tot gemeenschapszin en geëngageerd politiek bewustzijn. Keer op keer legt hij de nadruk op hoe we als mensen alleen dàn met God verbonden zijn, als wij zijn liefde onvoorwaardelijk accepteren, in een gebroken wereld. Tot de dood hem bevrijdde bleef de gewonde profeet gekweld door onrust: “Om de één of andere reden voel ik me van binnen altijd onrustig. Ik ben me er van bewust rond te lopen met een aantal onverwerkte emoties. Oncontroleerbare emoties van liefde, haat, afwijzing en aantrekking, dankbaarheid en spijt.” Zò schreef hij zijn meest bekende boek ‘Eindelijk thuis’, gedachten bij Rembrandts terugkeer van de verloren zoon. Mijn favoriete boek. Vanuit zijn eigen doorleefde ervaring, beschrijft Henri de gevoelens van de jongste, oudste zoon en die van de vader. Geïnspireerd door het schilderij krijgt de gelijkenis uit Lucas 15 dimensies die Henri op onnavolgbare wijze beschrijft. Het boek is, evenals het schilderij van Rembrandt, een meesterwerk. Het verhaalt van de onvoorwaardelijke en bevrijdende liefde van God.

Als Henri nog geleefd zou hebben, zou hij ongetwijfeld enthousiast zijn over dit thema in het kader van het Lucas 15 jaar – en project. Henri stelt de lezer voor de vraag: kan ik de jongste en oudste zoon in mij laten groeien tot volle wasdom van de barmhartige Vader? In het derde deel beschrijft Henri aangrijpend onze opdracht om te groeien naar de vaderrol. Henri ziet dit als een barmhartig, meedogend en edelmoedig vaderschap. Hij eindigt dit boek met de woorden: “Als ik naar mijn ouderwordende handen kijk, dan weet ik dat ze mijn gegeven zijn om ze uit te strekken naar allen die lijden, om ze te laten rusten op de schouders van ieder die op mijn weg komt. Zo mag ik de zegen van God schenken, die voorkomt uit Gods liefde.” Welkom thuis.